MOR Administratiekantoor's nieuws pagina



Accountancy

15 december 2016

Vanaf 2017 meer aftrek gemengde kosten

Het aftrekpercentage van gemengde kosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters gaat met ingang van 2017 omhoog van 73,5% naar 80%. Dit betekent dat deze kosten vanaf 2017 voor 6,5% meer aftrekbaar zijn dan in 2016.

Het gaat om de volgende in aftrek beperkt kosten en lasten die verband houden met:

Voedsel, drank en genotmiddelen,

Representatie, waaronder recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak, en

Congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke.

Al jarenlang is in de wet bepaald dat deze kosten tot een bedrag van € 4.500 niet in aftrek komen op de winst. Naar keuze kan de belastingplichtige ook kiezen om in plaats van een niet aftrekbaar bedrag van € 4.500, 26,5% van de genoemde kosten niet in aftrek te brengen. 73,5% van deze kosten is dan wel aftrekbaar. Vanaf 2017 is nog maar 20% van genoemde kosten niet aftrekbaar (en 80% dus wel aftrekbaar). Het bedrag van € 4.500 blijft gelijk en wordt niet verlaagd.

Gemengde kosten in de BV

Let op! De hiervoor beschreven aftrekbeperking geldt alleen voor IB-ondernemers en resultaatgenieters. In de vennootschapsbelasting geldt de aftrekbeperking ook als er werknemers in dienst zijn. Voor de vennootschapsbelasting blijft het aftrekpercentage staan op 73,5% en geldt de verhoging van het aftrekpercentage naar 80% niet. Maakt u gemengde kosten binnen uw BV dan kunt u ook kiezen voor een tweede optie: Een vast bedrag aan gemengde kosetn niet in aftrek brengen. Dit forfait bedraagt net als bij IB ondernemers en resultaatgenieters € 4.500,- of 0,4% van de loonsom als dit hoger is.

Belangrijk bij gemengde kosten

Of u nu IB-ondernemer, resultaatgenieter of ondernemer in de BV bent. Het is belangrijk om uw administratie goed ingericht te hebben. Hierdoor krijgt u de gemengde kosten inzichtelijk en kunt u achteraf de voordeligste keuze maken. Wij helpen u graag uw administratie in te richten en uw gemengde kosten in kaart te brengen.

Heeft u te maken met de werkkostenregeling (geldt voor werkgevers)? Dan kunt u gemengde kosten onder bepaalde voorwaarden aanmekren als eindheffingsbestanddeel. Hierdoor speelt de aftrekbeperking geen rol meer en kunt u deze gemengde kosten belasting vrij maken. Hiervoor is het belangrijk dat u uw vrije ruimte in beeld heeft en deze niet overschrijd.

Meer over accountancy →



Belastingadvies

28 augustus 2015

Je mag straks iedereen een ton belastingvrij schenken

De belastingvrijstelling voor schenkingen wordt vanaf 2017 verruimd. Dan mag je iedereen 100.000 euro schenken. Dat melden Haagse bronnen aan RTL Z. Er zijn wel twee voorwaarden. Zo moet de ontvanger jonger dan 40 jaar zijn en het geld moet worden gebruikt voor aankoop van een woning of aflossing van de hypotheek./p> Tot nu toe mocht er ruim 52.000 euro worden geschonken, maar alleen aan eigen kinderen./p> Impuls huizenmarkt

De reden dat het leeftijdscriterium blijft is dat de maatregel is bedoeld als stimulans voor de woningmarkt. Veel mensen die jonger zijn dan 40 jaar zullen of nog geen eigen huis hebben, of nog niet zo lang een eigen woning bezitten, is de gedachte. Enkele jaren terug mocht je ook al een ton schenken aan iedereen, dus niet alleen aan eigen kinderen. Ook toen moest het geld worden gebruikt voor de eigen woning. Die regeling is echter eind 2014 beëindigd.

25 juni 2015

Zwart geld in het buitenland? Per 1 juli gaat de boete over de ontdoken belasting van 30 naar 60%.

Afgelopen jaren meldden zich bij de Belastingdienst zo’n 12.500 zwartspaarders die 665 miljoen aan belastingen en boetes betaalden. Inkeerders betalen alsnog de verschuldigde belasting en de boete over het vermogen dat zij de afgelopen 12 jaar in het buitenland buiten het zicht van de fiscus probeerden te houden. Ontdekt de Belastingdienst het zwartsparen, dan bedraagt de boete 300 procent.

Meer over belastingadvies →



Salarisadministratie en personeelsadvisering

9 november 2016

Per 2017 subsidie voor werknemer met minimumloon

Leuk nieuws! Als u in 2017 een werknemer heeft die een gemiddeld uurloon geniet gelijk aan het minimumloon of net iets meer, dan heeft u vanaf 2017 recht op een subsidie, genaamd lage-inkomensvoordeel (LIV). Wat zijn de voorwaarden?

Wanneer u in 2017 een werknemer heeft die een gemiddeld uurloon geniet gelijk aan het minimumloon of net iets meer, dan heeft u in 2017 recht op een subsidie, het zogenaamde lage-inkomensvoordeel (LIV). Op basis van de nu bekende cijfers kan de subsidie oplopen tot € 2.000 per jaar.

Het gemiddeld uurloon is het uitbetaalde brutojaarloon volgens de salarisadministratie inclusief ziekte-uren. Vergoedingen en verstrekkingen die u in de WKR heeft ondergebracht en dus niet bijde werknemer zelf worden verloond, tellen niet mee.

Overige voorwaarden voor toepassing van de regeling zijn:

de werknemer wordt voor ten minste 1.248 verloonde uren in de administratie opgenomen in een kalenderjaar (min. 24 uur per week)

de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt

de werknemer is in dienstbetrekking

De regeling geldt dus ook voor werknemers die u reeds voor 2017 in dienst heeft, mits ze maar verder aan de voorwaarden voldoen. Bovendien is de regeling van toepassing op alle werknemers die aan de voorwaarden voldoen. Er is dus geen beperking inzake het aantal deelnemers.

U krijgt de subsidie automatisch. Als u alle gegevens op uw aangifte volledig invult, gaat het UWV berekenen of u voor de subsidie in aanmerking komt en zo ja, voor welke werknemers. Controleer wel het UWV-overzicht om foutjes te voorkomen. Als later blijkt dat u onjuiste gegevens heeft doorgegeven, loopt u risico op een fikse boete van maximaal € 1.319. Controleer alles dus zorgvulding! Vervolgens ontvangt u de subsidie (minimaal een half jaar na afloop van het jaar waarin u recht had op de subsidie).

Ontvangt u voor bepaalde werknemers nu al premiekortingen? Dan kunnen deze in 2017, als u er dan nog recht op heeft, gewoon doorlopen naast het lage-inkomensvoordeel. U profiteert dan dubbelop!

U krijgt de subsidie pas in de loop van 2018. Het maakt daarbij niet uit of de betreffende werknemer dan nog in dienst is. Als hij aan de voorwaarden voldeed qua salaris en in 2017 minimaal 1.248 uur verloond zijn, heeft u recht op subsidie.

Meer over salarisadministratie en personeelsadvisering →



Ondernemersadvies en startersbegeleiding

18 november 2015

Ondernemer of werknemer?

De vraag of u werknemer of ondernemer bent, is van belang omdat u als zzper niet wilt worden gekwalificeerd als werknemer. U bent immers zzper geworden om als zelfstandig ondernemer uw brood te verdienen.

De opdrachtgever wil van zijn kant achteraf niet als werkgever worden aangemerkt, met alle gevolgen van dien. Denk aan ontslagbescherming, naheffing, enz.

Het is een wijdverbreid misverstand dat het aantal opdrachtgevers van doorslaggevend belang is voor de vraag of iemand ondernemer of werknemer is voor Belastingdienst en UWV.

Het bestaan van een gezagsverhouding is belangrijk. Het kenmerk van een werknemer is immers dat de werkgever hem aanwijzingen kan geven en dat hij verplicht is deze aanwijzingen kan geven en dat hij verplicht is deze aanwijzingen op te volgen. Kortom: dat de werkgever het gezag over hem uitoefent. Let op. Het moet daarbij wel gaan om een algemene aanwijzingsbevoegdheid van de werkgever.

Aan een schilder kan worden verteld welke kleur verf hij moet gebruiken. Dan gaat het slechts om aanwijzingen die specifiek gericht zijn op de wijze waarop de opdract moet worden uitgevoerd. Er is dan nog geen sprake van een gezagsverhouding. Als deze schilder echter elke dag om 8.00 uur moet beginnen, hij daarbij moet inklokken en hij alleen met toestemming vrije dagen mag opnemen, dan gaat het om een algemene aanwijzingsbevoegdheid en is er wel sprake van een gezagsverhouding.

Een zzper met tijdelijk één opdrachtgever kan dus wel degelijk ondernemer zijn, zolang er maar geen gezagsverhouding bestaat. Dit omdat een volledigeafhankelijkheid van één opdrachtgever op den duur zal leiden tot gezag (loondienst).

Het aantal opdrachtgevers kan een sterke aanwijzing zijn dat er geen sprake is van een gezagsverhouding, doorslaggevend is het dus niet. Zeker zo belangrijk is de vraag of de zzper zich presenteert als zelfstandig ondernemer (visitekaartjes, briefpapier, zakelijke bankrekening) en of hij daadwerkelijk ondernemersrisico loopt.

Een vrachtwagenchauffeur die zich door een opdrachtgever als zzper laat inhuren maar daarbij rijdt op de wagen van de opdrachtgever, loopt zelf geen risico voor schade aan de wagen. Een zzper met een eigen vrachtwagen loopt dat risico wel en zal niet snel als werknemer worden aangemerkt. Tip. Als u gebruikmaakt van uw eigen bedrijfsmiddelen, zult u Belastingdienst en UWV sneller van uw ondernemerschap kunnen overtuigen.

In 2016 verdwijnt de VAR. Dan kunt u gebruikmaken van een door de Belastingdienst goedgekeurde voorbeeldovereenkomst. Als u deze naleeft, mag u erop vertrouwen dat u geen loonheffingen hoeft te betalen. U mag ook een eigen model voorleggen dat u aanpast aan uw situatie en de geldende afspraken met de opdrachtnemer of opdrachtgever.

29 juni 2015

Zo kunnen erfgenamen zich beschermen tegen schulden

Hoe voorkomt u als erfgenaam dat u het schip ingaat als de overledene tijdens zijn leven schulden maakte? De wet wordt aangepast.

Het gebeurt met enige regelmaat: erfgenamen die zich niet realiseren dat een erfenis niet altijd bestaat uit geld, vastgoed of juwelen, maar soms ook uit de schulden van de overledene.

Veel erfgenamen aanvaarden een erfenis zonder zich daarin te verdiepen ('zuivere aanvaarding' heet dat in jargon) en zitten later met de brokken als oom, tante, vader of moeder een fikse schuld blijkt na te laten. Wie zo'n giftige erfenis eenmaal heeft aanvaard, kan niet meer terug. Mensen kunnen daardoor in grote financiële problemen komen.

Soms weigeren erfgenamen daarom uit angst voor een schuld een erfenis. Als later blijkt dat er toch wat te verdelen viel, vissen ze achter het net.

Zogeheten beneficiair aanvaarden kan dit voorkomen. De erfgenaam moet daarvoor een verklaring afleggen bij de griffie van de rechtbank. Die verklaring kost 122 euro. Daarna is hij niet meer persoonlijk aansprakelijk voor eventuele schulden. Valt er toch wat te verdelen, dan krijgt hij zijn deel.

Meer over ondernemersadvies en startersbegeleiding →